Medicijnprijzen Rijzen De Pan Uit. Bruins Opent Aanval Op Farmaceuten

 In Algemeen

Minister Bruno Bruins (Medische Zorg) dreigt farmaceutische bedrijven die om vage redenen torenhoge medicijnprijzen rekenen publiekelijk aan de schandpaal te nagelen. In een open brief in de Volkskrant op dinsdag 27 augustus (hieronder integraal te lezen) doet hij een beroep op de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de farma-industrie.

Bruins heeft het in zijn brief over woekerwinsten en over een bedrijfstak die extreme medicijnprijzen vraagt ‘omdat het kan’. Zijn ferme taal is tekenend voor de aanval die hij sinds zijn aantreden heeft ingezet tegen de farmaceutische industrie. Zo is hij er een voorstander van dat apothekers in specifieke situaties dure geneesmiddelen namaken en laat hij momenteel onderzoeken of het mogelijk is om dwanglicenties te gaan inzetten.

Verklaring voor stijgingen medicijnprijzen

Bruins voert momenteel gesprekken met een farmaceut die de prijs van een medicijn heeft verhoogd naar 150 duizend euro per patiënt per jaar. Hij wil een verklaring voor deze prijsstijging. Als die er is, wil hij dat de fabrikant daarmee naar buiten treedt. Zo niet, dan dreigt hij zelf de publiciteit te zoeken. ‘Wat mij dwarszit, is dat we niet mogen weten waarom we zoveel moeten betalen,’ schrijft hij. ‘We krijgen simpelweg geen uitleg.’

Prijs verzesvoudigd

Dit jaar waren er opnieuw twee farmaceuten die de prijs van een bestaand geneesmiddel opeens fors verhoogden. Novartis kocht een in Rotterdam ontwikkeld kankermedicijn op en verzesvoudigde de prijs. Essential Pharma maakte de prijs van een medicijn tegen bipolaire stoornis zonder onderbouwing ineens drie keer zo duur. Het is vals spel waartegen niets te ondernemen valt, omdat de regels het toestaan. Daarnaast komen er steeds meer nieuwe, kostbare geneesmiddelen op de markt. Met als klapper een behandeling tegen de ernstige spierziekte SMA die 2 miljoen euro per patiënt moet gaan kosten.

Niet langer toekijken

Bruins kan niet langer toekijken nu de zorgkosten almaar oplopen: ziekenhuizen gaven in 2017 ruim 2 miljard uit aan dure geneesmiddelen, een stijging van 10 procent. De minister heeft vooralsnog weinig machtsmiddelen: farmabedrijven kunnen voor hun geneesmiddelen vragen wat ze willen omdat de regelgeving dat niet tegenhoudt. Nederland is zo klein dat het voor de wereldwijde omzet niet veel uitmaakt als patiënten hier een medicijn niet vergoed krijgen.

Maatschappelijke druk

Bruins onderhandelt nu met vier andere (kleine) landen over de prijs van dure geneesmiddelen. Verder kan hij voorlopig alleen een beroep doen op het verantwoordelijkheidsgevoel van de sector. ‘De maatschappelijke druk zal alleen maar toenemen als een gedragsverandering uitblijft,’ schrijft hij. Dat die druk soms effect heeft, blijkt uit het recente besluit van onder meer zorgverzekeraar VGZ en ASN Bank om niet meer te investeren in bepaalde farmabedrijven, onder meer vanwege hoge medicijnprijzen.


 

Open brief van minister Bruins:

Farmaceuten, draag steentje bij

Beste farmaceuten, afgelopen week sprongen er voor mij twee berichten uit in de pers. Eén mooi bericht: twee nieuwe belangrijke kankermedicijnen komen in het basispakket. Het tweede verontrustend: de zorgkosten zijn voor steeds meer Nederlanders niet betaalbaar.

Deze twee berichten schetsen in een notendop het dilemma waar wij – en met ons veel andere landen – voor staan in de gezondheidszorg: ja, we zijn blij met nieuwe medicijnen die hoop bieden aan zieke mensen. Daar zijn we jullie farmaceuten dankbaar voor. Maar nee: we kunnen niet accepteren dat de zorgkosten zo ver oplopen dat ze voor mensen niet meer betaalbaar zijn.

Natuurlijk zijn de kostenstijgingen in de zorg niet alleen te wijten aan dure geneesmiddelen. We zijn met meer ouderen, leven langer, zijn vaker chronisch ziek. Maar dure medicijnen slokken een steeds groter deel van het zorgbudget op. Zo stegen de ziekenhuisuitgaven aan dure geneesmiddelen in 2017 met zo’n 10 procent. Op dit moment geven ziekenhuizen ongeveer 2,2 miljard euro uit aan deze geneesmiddelen.

Een behandeling met een prijs van 100 duizend euro per jaar? Allang geen uitzondering meer. En er dienen zich nog veel duurdere medicijnen aan. Neem het middel Zolgensma tegen de spierziekte SMA. Dik 2 miljoen euro. Per patiënt.

Wat mij vooral dwarszit, is dat we niet mogen weten waaróm we zo veel moeten betalen. We krijgen simpelweg geen uitleg, geen inzicht in de prijsopbouw.

Ik vind dat onaanvaardbaar.

Kijk eens wat er elders in de zorg gebeurt: overal werken gedreven zorgverleners, bestuurders en patiënten samen met mij om de kosten in de hand te houden. Ik heb met al die partijen afspraken gemaakt die er op neerkomen dat we meer en betere zorg krijgen, maar wel voor minder geld. Dat kan, als we het anders organiseren. Meer zorg in de buurt en thuis, minder in het ziekenhuis. Meer samenwerking, meer e-health, de taken anders verdelen – om maar een paar afspraken te noemen.

Makkelijk is dat niet. Maar onder het motto ‘something gotta give’ is iedereen bereid over zijn schaduw te springen, wat in te leveren, de status quo te doorbreken. En samen te werken. In het besef dat dit keihard nodig is om de zorg uitvoerbaar en betaalbaar te houden.

Hoe zuur is het dan dat één heel belangrijke partij in de zorg niet of nauwelijks meedoet, te weinig verantwoordelijkheid neemt. Er zelfs vaak een flinke schep bovenop gooit. Niet omdat het moet. Maar omdat het kan.

Beste farmaceuten, miljoenen Nederlanders zijn afhankelijk van medicijnen. Om beter te worden, of als dat niet meer kan, zo lang en goed mogelijk te kunnen leven. Daaraan mag je een goede, zelfs een heel goede boterham verdienen. Maar extreme prijzen, woekerwinsten en een totaal gebrek aan transparantie passen niet bij die belangrijke maatschappelijke positie.

Omdat ik weiger te aanvaarden dat patiënten de dupe worden van deze situatie, voer ik komende weken weer gesprekken met een farmaceutisch bedrijf dat de prijs van een geneesmiddel heeft verhoogd tot ongeveer 150 duizend euro per patiënt per jaar.

Ik zal vragen naar een verklaring voor deze prijsstijging. Komt daar een plausibel verhaal uit – hoge ontwikkelkosten, vele mislukte trajecten die vooraf gingen aan dit ene succes – dan zal ik de fabrikant vragen daarmee in de publiciteit te treden. Een goed verhaal mag immers verteld worden.

Is er geen goed verhaal, dan ga ik me beraden op vervolgstappen. Eén daarvan is het zoeken van publiciteit. Daarom noem ik het bedrijf niet in deze brief. Nog niet.

Begrijp mij goed. Ik heb grote waardering voor de innovatiekracht van uw sector. Uw werk is letterlijk van levensbelang. En er zijn farmabedrijven met vestigingen in Nederland die snappen dat het zo niet verder kan, die ook nadenken over meer transparantie. Maar zij missen de hulp en medewerking van hun moederbedrijven in Frankrijk, Duitsland of de Verenigde Staten.

Daarom werk ik samen met andere landen op dit onderwerp. Maar ik doe hierbij ook rechtstreeks een indringende oproep aan die moederbedrijven en hun aandeelhouders: pak uw maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Ook in uw eigen belang. De maatschappelijke druk zal alleen maar toenemen als een gedragsverandering uitblijft. Een voorname Nederlandse investeerder besloot onlangs niet meer te investeren in farma-industrie met onduidelijke prijzen. Volgen er meer?

Ik blijf me intussen met alles wat ik in me heb, inzetten voor onze Nederlandse patiënten, zodat zij de medicijnen krijgen die ze nodig hebben.

Maar ik kan het niet alleen. Ik wacht op een partner die zijn verantwoordelijkheid stevig neemt. Als iedereen bereid is bij te dragen aan betaalbare zorg, dan kan de farma-industrie niet achterblijven. Iets zal er moeten bewegen, something gotta give.

Farmabedrijven moeten hun maatschappelijke verantwoordelijkheid pakken en transparant zijn.

Actuele berichten

Plaats een reactie

Neem contact op

Stel uw vraag, we beantwoorden deze op werkdagen binnen 24 uur.